Het woord astrologie komt uit het Grieks en betekent “kennis van de sterren”.
Astronomie en astrologie waren lange tijd nauw verbonden met elkaar. Astronomie gaf sterren en planeten hun naam en berekende hun plaats of baan, terwijl astrologie zich bezig hield met de betekenis van een bepaalde planeet of (samen)stand.
Astrologie gaat uit van de oude alchemistische wet “zo boven, zo beneden” en houdt zich bezig met samenhangen tussen bepaalde standen aan de hemel en patronen op aarde. Er zijn natuurlijk heel duidelijke patronen; zo houdt het ritme van dag en nacht direct verband met ons ritme van activiteit en rust (slapen). Maar er zijn nog veel subtielere patronen te ontdekken, bijvoorbeeld met betrekking tot karaktereigenschappen. En dat is het gebied waar de astrologie zich op richt!









